Bild: Blick zum Sonnenbad

Over de geschiedenis van de stad




Ilmenau ligt in een landschappelijke omgeving, fraai op de noordhelling van het Thüringse Woud in het dal van de Ilm, die de stad ooit haar naam gaf.
Over het begin van de nederzetting IImenau is weinig bekend. Zij zou sinds de 13e eeuw al in een noemenswaardige omvang bestaan hebben. De ligging aan een handelsstraat die van Erfurt naar Nürnberg liep, begunstigde de ontwikkeling van Ilmenau. In de 14e eeuw wordt Ilmenau meermaals in oorkonden vermeld, in 1341 voor de eerste maal als stad. De vroegste bekende heersers van Ilmenau waren de graven van Käfernburg, die de stad in 1343 aan de graven van Henneberg verkochten. Tot de 15e eeuw wisselden de heersers van Ilmenau meermaals door overdracht en verpanding van de stad. Uiteindelijk kregen de Hennebergers toch de macht in IImenau terug. Na hun uitsterven ging IImenau naar het huis Saksen en werd bij de erfdeling in 1660/61 aan het hertogdom Saksen-Weimar toegewezen, waar het tot 1918 bleef. Vermoedelijk werd in IImenau al in de 13e eeuw aan mijnbouw gedaan, gedolven werden vooral zilver en koper.

In 1776 kwam J.W. Goethe in opdracht van de hertogelijke regering van Weimar voor de eerste keer naar IImenau om het verwaarloosde en chaotische geld -en belastingwezen van het district IImenau te controleren. Veel groter en moeilijker waren Goethes inspanningen voor de herleving van de mijnbouw van IImenau, die sinds 1739 braak lag. Goethe bezocht in totaal 28 keer de stad: als mijnbouwambtenaar moest hij naar IImenau en zijn liefde voor het mooie Thüringse landschap deed hem op talrijke plaatsen in en om IImenau verblijven. Op de nabijgelegen Kickelhahn (861m) ontstond ‘Nachtlied van de wandelaar' - ‘Boven alle toppen'.
De eerste glasblazerij in IImenau ontstond in 1675. In de 18e eeuw werd in IImenau met het maken van porselein begonnen. Na 1838 begon de ontwikkeling van kuur -en zwembaden in Ilmenau door de bouw van koudwaterherstellingsoorden. Door de beginnende industrialisering en de brand in de zwemgelegenheden in 1920 moesten de kuurbaden uiteindelijk echter het onderspit delven.
In 1894 werd het Thüringische Technikum IImenau (Thüringse technische hogeschool IImenau) opgericht, een hogere technische school voor werktuigbouwkunde en elektrotechniek. In 1962 veranderde de school zijn naam in Ingenieurschule Ilmenau. Vanwege haar solide en praktijkgerichte opleiding had zij ook buiten Duitsland een goede naam. Dit gaf de doorslag om in 1953 in IImenau een technische hogeschool te vestigen. De technisch-wetenschappelijke opleiding die een academische breedte heeft bereikt, kreeg in 1992 erkenning door de verheffing van de onderwijsinstelling tot Technische Universität IImenau.

In IImenau leven tegenwoordig ca. 30.000 mensen. Veel toeristen bezoeken jaarlijks de stad die door haar ligging een populair uitgangspunt voor wandelingen en uitstapjes in het Rennsteiggebied is. Ook de cultuursteden Erfurt en Weimar zijn vanuit IImenau gemakkelijk te bereiken. De bezoeker van de stad kan tegenwoordig nog Goethes voetsporen volgen en de natuur op de ‘Goethewandelroute' beleven.


Detail of the Town Hall
Detail of the Town Hall
Town Center
Town Center
Fountain
Fountain
Goethe vor dem Amtshaus
Goethe vor dem Amtshaus

herdenkingssteen Hendrik Colijn



Gedenkstein am Hotel Gabelbach

(geb. 22 juni 1869 in Burgerveen, overl. 18 september 1944 in Ilmenau) politicus van de anti-revolutionaire partij en economisch leider, vijfvoudig minister-president tussen de wereldoorlogen.

Hendrik Colijn was door zijn afkomst, zijn brede spectrum van beroepservaringen in het leger, het bestuur in de koloniën als economisch leider in binnen- en buitenland alsmede als partijpoliticus, een uitzondering onder de leidende figuren in de nederlandse politiek in de tijd tussen de twee wereldoorlogen. Hij vond weliswaar in de dertiger jaren géén oplossing voor de economische crisis en de daaruit volgende spanningen, maar tegelijkertijd verdedigde hij het nederlandse politieke systeem met succes tegen aanvallen van recht en links.

 




Nog steeds nationaal en internationaal zeer hoog in aanzien, engageerde Colijn zich na zijn afscheid als minister president weer voor de Volkerenbond en voerde in het voorjaar van 1940 politieke topgesprekken in heel Europa.

Na de duitse inval in Nederland op 10 mei 1940 bekritiseerde hij de vlucht van de nederlandse regering naar Londen en erkende de duitse hegemonie in Europa, maar keurde tegelijkertijd de politieke samenwerking met de bezetter af.

In juni 1941 werd hij gearresteerd, naar Duitsland gebracht en vanaf maart 1942, alleen in gezelschap van zijn vrouw, in het Thüringer stadje Ilmenau streng afgezonderd vastgehouden in het Romantik-, Berg- en Jagdhotel Gabelbach. Daar overleed hij in september 1944 aan een hartaanval.