Bild: Luftbild Innenstadt

Stadswandeling

ILMENAU - GOETHE EN UNIVERSITEITSSTAD

„Lieflijk dal met z'n altijd groene berg"- zo heeft Johann Wolfgang von Goethe in 1783 de ligging van de stad aan de voet van de berg dichterlijk beschreven. Zowel de stad als de ligging hebben hem inspiratie tot talrijke werken gegeven. In het totaal verbleef hij 28 keer in Ilmenau en hij was hier ook op zijn laatste verjaardag. Volg zijn spoor in het stadhuis of jachthuis!


Amtshaus (ambtswoning) - toeristische informatie en GoetheStadtMuseum


In 1616 liet gravin Sophie von Henneberg de ambtswoning als verblijfplaats voor weduwen bouwen. Na de stadsbrand in 1752 werd het gebouw volgens plannen van de barokbouwmeesters Gottfried Heinrich Krohne herbouwd, zodat het reeds in 1756 over dienstruimtes voor de hoge administratieve ambtenaren beschikte en op de eerste verdieping ook over woonruimtes voor de hertogelijke familie beschikte. Goethe logeerde tijdens zijn verblijven in de zuidoostelijke hoekkamer. Daar, en in de aangrenzende kamers, is het museum ingericht dat Goethes werken laat zien.



Rathaus (Raadhuis)


Het renaissanceportaal en de jaartallen vertellen de wisselende geschiedenis van het huis, dat herhaaldelijk uit brandruïnes werd opgebouwd. Uit de tijd van de grote stadsbrand in 1752 zijn nog de erkerconsols met het jaartal 1625 en het renaissanceportaal origineel bewaard gebleven. De geschriften op steen boven het portaal herinneren aan de verwoestende stadsbranden van 1603, 1624 en 1752.



Hennebrunnen (Hennefontein)


De in 1752 gebouwde Hennebrunnen siert het marktplein heel fraai. Op een berg van steen staand, sproeide tot het begin van de jaren '60 het wapendier van de graaf van Henneberg uit hoog opgeheven snavel water in een koperen schaal. De hen houdt met haar klauwen het Saksische wapenschild vast.



Altes Technikum (oude technische hogeschool)


Het ‘Thüringer Technikum' werd in 1894 feestelijk geopend. Tegenwoordig is het een gebouw van de technische universiteit.



Neues Technikum (nieuwe technische hogeschool)


Tegenwoordig is het een gebouw van de technische universiteit.



Stadtkirche St. Jakobus (stadskerk St. Jakobus)

Van de romaanse bouwwerken uit de periode daarvoor, uit de 12e/13e eeuw, zijn alleen de fundamentresten bewaard gebleven. Het Langhaus uit de late gotiek met zijn steunberen en de polygonale afsluitingen dateert grotendeels vermoedelijk van het einde van de 15e eeuw. Meerdere stadsbranden vernietigden de kerk, met name het gehele interieur. Na de grote stadsbrand van 1752 bleven alleen nog de buitenmuren van de kerk staan. In 1760/61 werd de Jakobuskirche onder leiding van de bouwmeester August Friedrich Straßburger weer opgebouwd en in de stijl van de late barok omgevormd. Het orgel werd in 1911 gebouwd door de firma Ludwigsburg. Het instrument, dat in Thüringen het grootste is in zijn soort, is klankbeeld getrouw en volledig gerestaureerd. Op het kerkplein herinnert een meerarmige lantaarnpaal aan het 350-jarige hervormingsjubileum van het Henneberger Land, dat in 1894 werd gevierd.



Wettersäule (weerzuil)

De Wettersäule werd door de ‘Thüringischen Glasinstrumentenfabrik Alt, Eberhardt und Jäger' geschonken. De dierenafbeeldingen in de zuilengevels symboliseren het tijdstip van de dag en daarmee de windstreken: de haan de morgen, het bijenvolk de middag, de vleermuis de avond en de uil de nacht.



Alte Försterei (oude boswachterswoning)

In het midden van de 18e eeuw liet hertog Ernst August von Sachsen-Weimar op de plek van het huidige oude postkantoor een rococoslot bouwen. Slechts een paar jaar nadat dit klaar was, vernietigde de stadsbrand in 1752 de vorstelijke zomerresidentie grotendeels. Een zijgebouw van het slot bleef echter tot op heden behouden - de Alte Försterei.



Allegorie boven Geschäftshaus (boekwinkel)


Mercuria houdt haar beschermende hand boven handel en wandel en geeft hoop voor goede zaken.



Sächsischer Hof en Ensemble an der Stadtapotheke


In het toenmalige ‘Posthof' of ‘Sächsischen Hof' hield Goethe in 1784 de openingsrede voor de heropening van het koper -en zilverhuis. Charlotte von Stein verbleef in de zomer van 1776 in het Posthof en vervulde daarmee Goethes wens om hem in IImenau te bezoeken. In het ‘Sächsischen Hof' of ‘Posthof' leefde tot 1802 Corona Schröter, mooie, gevierde zangeres en toneelspeelster aan het hof van Weimar. Als eerste ‘Iphigenie'-vertolkster was zij zeer met Goethe verbonden. Haar graf vindt u bij de ingang van de begraafplaats van IImenau.



Hotel ‘Zum Löwen'


Het woon-/werkhuis dat zich sinds 1998 op deze plek bevindt, is bij het historische pension getrokken. Hier vierde Goethe in 1831 zijn 82e - zijn laatste - verjaardag. Goethe was van Weimar naar IImenau gereisd en bracht hier zes dagen door, die voor hem ‘de mooiste van de hele zomer' waren. Direct grenzend aan het toenmalige pension ‘Zum Löwen' bevond zich een stadspoort, de Endleichtor. Nadat deze in 1788 werd afgebroken, werden de wapenstenen in het tegenoverliggende huis aangebracht.



Wapenstenen (Lindenstr. 4)


De rechter steen laat het wapen van Henneberg-Schleusing zien met het Saksische wapen als hartschild. Links is het stadswapen van IImenau te zien. Het bosje bladeren boven het wapenschild zou kunnen duiden op de bladeren van een iep, van de boom, die de IIm en de stad zijn naam gaf.



Ziegenbrunnen (Geitenfontein)

Voor de ‘Löwe' (leeuwen) staat sinds 1998 de Ziegenbrunnen van beeldhouwer Volkmar Kühn. Twee geiten dansen op een zandstenen sokkel waarin het bekende versje "In IImenau, daar is de hemel blauw, daar danst de geitenbok met zijn vrouw" (kinderversje) te lezen is.



Wenzelsches Haus


Vernoemd naar de vroegere eigendommen van de familie Wenzel. In Goethes tijd en ook in de jaren erna diende het huis als halteplaats voor postpaarden. Van 1800 tot 1804 woonde Karl Ludwig von Knebel, Goethes ‘vriend van vroeger', in dit huis.



2. Ilmenauer Kunstweg


De metamorfose van de lindes van Ilmenau. Publieke kunstwerken van de Berlijnse kunstenares Franziska Uhl.



Bergmannskapelle


Over de Bergmannskapelle zijn nauwelijks schriftelijke verklaringen overgeleverd. Vermoedelijk behoorde dit huisje tot het radvertrek onder de schacht ‘Gottes Gabe'. Hier bevonden zich de waterraden voor de aandrijving van de pompen in de schacht.



Altes Zechenhaus (oud ‘mijnhuis')


Het Alte Zechenhaus uit de barok werd al in 1730 op een mijnkaart afgebeeld. Er wordt aangenomen dat in dit huis gereedschappen en ertsvoorraden werden opgeslagen en dat het ook als smederij werd gebruikt. Johann Wolfgang von Goethe was vrij vaak hier in zijn hoedanigheid als hoofd van de mijncommissie.



Friedhof (Begraafplaats en grafmonument van Corona Schröter)

Direct bij de ingang van de begraafplaats vond Corona Schröter haar laatste rustplaats. Slechts enkele voetstappen verwijderd van het graf van Corona Schröter bevinden zich nog meer grafmonumenten van tijdgenoten van Goethe.